Toch vreemd dat mijn kerstgevoel begint met een zomers getint feest..
Mijn broer organiseert feestjes. En dat doet ‘ie met verve. Yvonne en ik wilden de gulden regel ‘op het hoogtepunt moet je stoppen‘ hanteren, maar dat bleek lastiger dan gedacht. Het was ook zo gezellig. Als we het ene gezegde niet na kunnen leven, dan maar een andere: ’s avonds een man, ’s ochtends een man. En tegelijker tijd ook ‘belofte maakt schuld‘. En die twee gezegden zorgen ervoor dat ik zonder ontbijt maar mét ernstig slaapgebrek in de trein naar Groningen stap. Op het station van Groningen wachten Erik en Yvonne me op en met zijn drieën gaan we naar Oldenburg in Duitsland. De afspraak met Erik hadden we al héél lang staan. We hebben er zin in.
We zijn erg nieuwsgierig hoe de Oldenburgers kerst beleven. Het moet toch heel anders zijn dan in Nederland. Ons slaapgebrek zorgt ervoor dat ons enthousiasme enigzins is ingetoomd. Erk vergeeft het ons en maakt grapjes mét en óver ons. Mensen met een verslapte concentratie kun je makkelijk in het ootje nemen. “Kijk. Daar boren ze gas. Dat noemt men ook wel het vluchtige goud”, vertelt hij voor een derde keer als we wederom een boorinstallatie passeren. Wanneer mijn gezicht een gelaatstrek aanneemt dat het midden houdt tussen verbazing en verwarring, barst hij in lachen uit. Ik kijk mooi sip wanneer ik realiseer dat hij me tuk had.
We zijn de Nederlandse grens gepasseerd en op de Autobahn is het nog een uurtje rijden. Yvonne en ik beginnen al iets meer op te leven en we gokken waar de Duitse automobilisten vandaan komen aan de hand van de lettercombinaties op hun nummerbord. Tegen het middaguur komen we in Oldenburg aan. Erik snakt naar koffie en een sigaret. We duiken een café in voor een ‘Tasse Kaffee’.
“De prijzen zijn hier veel beter dan in Nederland. Thuis betaal je helemaal scheel voor een kop koffie. Let op; hier krijg je echt een sloot koffie voor dat geld hoor. Ik bestel een Milch Kaffee. En jullie?” Vraagt Erik, terwijl hij naar Yvonne gebaart dat zij de bediende mag aanschieten en de bestelling mag doorgeven. Licht gegeneerd en met gebrekkig Duits bestelt ze een warme chocolade melk voor zichzelf en een Cappuchino voor mij. Erik bestelt zelf. “Wat ben je ook een eikel, Erik”, zegt ze plagerig. Erik lacht geamuseerd. “Ik wist niet dat je zoveel moeite met Duits zou hebben”.
We hebben alledrie letterlijk een soepkom groot aan koffie weggewerkt. Opgewarmd en voldaan duiken we het stadshart van Oldenburg in. Yvonne heeft allerlei plannen gemaakt voor een flinke shop-sessie, maar ik ben uiteindelijk degene die een aankoop doet.
Erik is vaak in Duitsland geweest. En in het bijzonder in Oldenburg. Hij weet veel te vertellen over de stad en de streek. En soms ook een beetje over de Duitsers. Oldenburg is een ordentelijke stad: schoon, rustig, verzorgd en sfeervol. Zeker met kerst. ’s Middags hadden we de kerststalletjes al zien staan, maar nu met schemerdonker is het toch een heel ander gezicht. “Ja”, zegt Erik tevreden: “Hier zijn we voor gekomen”. Op het marktplein zijn inmiddels alle kraampjes verlicht. Er worden échte ouderwetse waren verkocht. Broodjes, Bretzels, Glühwein en bloemkool. Er is een kraampje dat Blühmenkohl verkoopt. Mit 20 verschiedene sozen. Op de hoek van de markt, naast het kraampje met de gepofte kastanjes. Oldenbrug ademt kerst. Kerstliedjes op de achtergrond, er klinkt geroezemoes, de geur van gepofte kastanjes en Glühwein en overal lichtjes met een gele gloed. Het zorgt voor een gemoedelijke sfeer. Helaas kunnen we geen Glühwein drinken, want we moeten nog rijden. Ook al geldt dat maar voor één persoon, de rest is solidair.
We besluiten een hapje te gaan eten alvorens we weer huiswaarts gaan. Tijdens het diner in een traditioneel Beiers restaurant besluiten we dat Nederland niet kan tippen aan de kerstsfeer die we hier in Oldenburg hebben meegemaakt. We moeten zo nog twee uur terug rijden, maar laten we zeggen dat we de kerst tegemoed rijden. Laat kerst maar komen!