Ik ben vandaag even de kluts kwijt. Eens in de zoveel tijd dan weet ik het even niet meer. Dan ben ik helemaal van de kaart. Ik draag vandaag een strakke blauwe spijkerbroek. Eentje met van die voorgewassen slijtagestrepen. Eentje van een duur merk. Maar het voelt alsof ik in een pyjamabroek loop. Ik draag glimmende zwarte schoenen. Je kunt de leren zolen en de stevige hak horen tikken als ik door de gang loop. Maar vandaag voelt het alsof ik op afgetrapte gympies loop.
Ik draag een nauwsluitend shirt, met mouwen die mijn armen omsluiten. Op die manier kun je goed de spieren in mijn bovenlijf zien. Maar vandaag voelt het alsof ik het lijf van een Derdewereldkind heb. Ik voel me dun, krachteloos en gevoelloos. Ik heb gelukkig alleen geen honger.
Iemand vertelde mij eens dat tekenen therapeutisch kan werken; gewoon, lekker tekenen wat er maar in je opkomt. Zonder nadenken. En nu teken ik. Ik teken rood, omdat ik boos ben. Rood betekent boos, rood betekent gevaar, haat en véél emotie. En met diezelfde kleur teken ik liefde. Want liefde is passie. Passie en liefde zijn rood. Ik teken blauw, want blauw is koel. Blauw is ruimte en rust. Blauw is als de zee, waarin je net als in je verdriet kunt verdrinken. En met diezelfde kleur teken ik lucht. Want de lucht is de hemel. En soms ben je in hemel. In de zevende hemel. Dan zweef je daar van geluk. Ik teken en ik teken.
Ik kras met paars, ik schets met groen, ik omlijn met zwart en ik zorg voor een opvulling met geel. En mijn vel papier was vol. Mijn tekening is één grote mengelmoes van kleuren.
Later kwam ik ‘Therapeutisch Tekenen’ weer eens tegen. “Dat helpt hè? Lekker tekenen! Daar kan je al je stress in kwijt.” Zei zij. “Ik heb een heleboel kleuren gebruikt.” Zei ik tegen haar. “Dat kan,” antwoordde ze, “ik gebruik altijd alleen pen en potlood. Anders ga ik op een gegeven moment ook weer denken, compositie zus en compositie zo, dat werkte bij mij niet zo goed. Bij jou is het eh, aardig gelukt zie ik.” Ze kon haar jaloezie niet verbergen. Zij groen en geel van jaloezie, ik rood van schaamte en samen een donkerbruin vermoeden dat de een zich pimpelpaars aan de ander stond te ergeren.
“Ik weet het niet.” Zei ik. “Misschien heb je wel gelijk. Misschien zijn keuren niet zo geschikt. Ook voor mij niet.”
“Hoezo niet?”
“Zie je die kleuren op het papier? Dat zijn emoties. Maar ik denk dat ik de verkeerde kleuren en de verkeerde emoties heb gekozen.”
“Oh.”
“Ik voel me verslagen. Wat voor kleur heeft verslagenheid? En gevoelloosheid? Wat voor kleur heeft dat dan? En machteloosheid, daar kon ik helemaal geen associatie bij maken.”
“Machteloosheid is transparant als water. Je ziet dingen gebeuren, maar je kan er niet bij. Je ziet dingen gebeuren, maar je kan er niet aan deelnemen.” Zei ze. “Over mijn potloodstreken en pennenkrassen ligt eigenlijk de kleur van machteloosheid. Daarom gebruik ik liever geen kleuren.”
Schrijven werkt misschien beter. Als je schrijft, kun je het zo kleurrijk maken als je zelf wilt. En ik beken kleur, want tekenen met kleuren, da’s niets voor mij.




